in de tram
deuren open
komt bellend binnen
met gedempte zinnen
binnengelopen
halve woorden
zijn schaamte niet ver
vul her en der aan
zelf verwoorden
allen horen
we kijken pet aan
blijft ermee doorgaan
weer aanhoren
zijn blozen komt
schuift zijn pet ervoor
hopende daardoor
meer blikken voorkomen
wie hou je van
was weg in de nacht
waarom dat je lacht
wat deed je vannacht
start vol te raken
nee wil je niet kwijt
luister ik heb spijt
niet kwijtraken
gênant zitten
werken moet hij vast
maar van liefde last
dus blijft vast zitten