je iets te volle mond
als je eet met
de klank van je stem
en een taalfoutje
af en toe
als je boos bent en
je ogen zo groot zijn
of juist zo klein met
het rimpeltje boven je neus
wanneer je lacht
als ik denk aan
wat nou als ik ben ik en
jij bent jij in ik ben jou en
jij bent mij verandert

dan biggelen de tranen over mijn wangen
als de littekens na mijn verbranden
zo onwrikbaar onveranderlijk horen ze nu bij mij