Onderaan de hoge berg, waar vanuit een beekje stroomde, leefden in het water een grote groep groene kikkers. Ze waren met wel honderden en omdat het niet prettig was om met zijn allen te dicht op elkaar te leven, was het voor hen gebruikelijk dat, wanneer de kikkervisjes hun staartje kwijt waren en hun pootjes genoeg gegroeid waren, ze als jonge kikkers een stukje met de stroming mee naar beneden zwommen en daar hun eigen leven begonnen. Zo vulde het water zich steeds verder met groene kikkers en dat was voor hen goed, want dat was hun manier van leven. Zo gebeurde het dat het tijd was voor drie jonge kikker-broers om naar beneden te zwemmen. “Het is tijd voor jullie om te gaan, want dat hoort zo”, vertelde hun vader en moeder. Maar de jonge kikkers wilden niet naar beneden zwemmen, want zij waren als kikkervisjes al vaak vriendelijke regenboogforellen tegengekomen en die zwommen altijd tegen de stroming in naar boven toe. Soms vroegen de broers dan waarom ze dat deden en de forellen antwoordden altijd hetzelfde: “Bovenop de berg is het leven het mooist. Vanaf daar kun je heel de wereld vrij zien.”
De drie broers spraken met hun vader en moeder over wat er bovenop de berg zou zijn en hun vader en moeder luisterden aandachtig tot de broers zeiden dat ze daarheen wilden gaan. Het antwoord van hun ouders was resoluut: “Nee, dat mag niet! Jullie zijn kikkers en kikkers zwemmen naar beneden! Kijk naar alle groene kikkers om jullie heen, zoals jullie familie en vrienden, die doen toch ook niet zo raar? Jullie zwemmen naar beneden, want zo hoort het!” Droevig dachten de jonge broers na over wat hun vader en moeder hadden gezegd. Ze hadden wel gelijk gehad. Zij waren inderdaad de enige kikkers, die iets anders wilden en de drie broers wilden zeker niet hun ouders teleurstellen. Maar toch, zelf wilden ze het liefst naar de top van de berg toe zwemmen. Na lang denken, maakten de kikker-broers ieder hun eigen keuze.
De eerste kikker-broer besloot dat als hij niet naar boven mocht zwemmen, hij ook niet naar beneden zou zwemmen. Hij koos ervoor om te blijven waar hij was. Vaak vroegen zijn vader en moeder hem: “Het is allang tijd dat je naar beneden zwemt. Zou je niet eens gaan om daar verder te leven?” Maar iedere keer weigerde de steeds ouder wordende kikker en mopperend en klagend bleef hij zitten waar hij zat. Hij vond het allemaal maar oneerlijk, want hij kon er toch niets aan doen dat hij niet naar boven mocht zwemmen? Het was allemaal de schuld van de andere kikkers. Deze kikker-broer zonk weg in zelfmedelijden en kon daardoor zelf geen andere keuze meer maken. Uiteindelijk stierf deze kikker ongelukkig en alleen.
De tweede kikker-broer koos ervoor om toch naar beneden te zwemmen, want naar beneden zwemmen werd tenslotte van hem verwacht. Eenmaal beneden in het water aangekomen verliep het leven voorspoedig. Hij vond een kikkervrouw en kreeg heel veel kikkervisjes, die hem gelukkig maakten. Toch bleef hij wel altijd denken aan wat er bovenop de berg voor hem had kunnen zijn. Tegen zijn eigen kikkervisjes zei hij dat, als ze oud genoeg waren, ze zelf konden kiezen welke kant ze op wenste te zwemmen. Maar dat was helaas niet helemaal waar, want toen ze werkelijk oud genoeg waren om hun eigen keuzes te maken, zei hun moeder tegen hen: “Nee, jullie zijn kikkers en kikkers zwemmen naar beneden”. Teleurgesteld besefte deze oude kikker dat hij diep in zijn hart toch nog steeds een kikker was, die liever naar boven was gezwommen. Het deed hem pijn te zien, dat zijn keuze om te doen wat kikkers altijd doen, ertoe had geleid dat hij nu kinderen had, die voor hetzelfde probleem stonden als hij jaren geleden. Uiteindelijk stierf deze kikker teleurgesteld, maar met zijn familie om zich heen.
De derde kikker-broer koos ervoor om, tegen de wil van zijn ouders in, toch naar boven te zwemmen. Zijn ouders probeerde hem tegen te houden en zeiden: “Als je naar boven zwemt, dan ben je geen groene kikker meer en dan ben je niet meer bij ons welkom”. De jonge kikker schrok hiervan, maar zwom toch door naar boven. Hij voelde in zijn hart dat de top van de berg uiteindelijk belangrijker voor hem was, omdat hij daar wilde leven. Zijn zwemtocht was moeilijk, want de kikkers die hij tegen kwam, begrepen hem niet. Sommige kikkers lachten hem uit en anderen zeiden dat hij de groene kikkers ten schande maakte. Er waren zelfs kikkers bij, die hem mee naar beneden probeerden te slepen. Maar hij gaf niet op en na een pijnlijke reis bereikte hij de top van de berg. Bovenop de berg genoot hij van de keuze die hij had gemaakt. Hij was vrij om de kikker te zijn, die hij wilde zijn. Hij kon hier altijd zijn eigen keuzes maken. Na een korte tijd ontmoette de kikker een hei-kikker. Samen met haar kreeg hij veel kikkervisjes en hij leefde een gelukkig leven. Toen de kikkervisjes hun staartje kwijt waren en hun pootjes genoeg gegroeid waren, zei hun moeder tegen hen: “Ga naar waar je je het gelukkigst voelt, want dat hoort zo”. De oude kikker keek zijn vrouw gelukkig aan, maar voegde aan haar woorden toe: “En vergeet nooit dat jullie altijd weer terug mogen komen”. Want de kikker miste zijn eigen ouders, want die had hij moeten verlaten om zijn leven op te bouwen bovenop de berg. Dat was een pijnlijke keuze geweest, maar uiteindelijk stierf deze kikker tevreden over wat hij zijn kinderen had kunnen geven.
Geschreven na inspiratie door het Japans sprookje: de twee kikkers en Bezieling en kwaliteit in organisaties (Ofman, 1992).